Om deze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Bekijk ons cookiebeleid
Dansbegrippen
Danskwaliteit [d-b]

Het karakter van een dansbeweging.

Een danskwaliteit ontstaat door de specifieke combinatie van de danselementen. Iedere combinatie levert een specifieke dansbeweging met een specifiek karakter op: de kwaliteit van de dansbeweging. Een danskwaliteit heeft een bepaalde zeggingskracht.

Met name wordt hier gedoeld op de kwalitatieve aspecten van de danselementen: de Effortkwaliteiten. De Effortkwaliteiten kunnen enkelvoudig maar ook in combinaties van twee, drie of van vier voorkomen. Hoe meer Effortkwaliteiten tegelijk in een beweging een rol spelen, hoe sterker de getoonde intentie is. Iedere combinatie van twee, drie of vier Effortkwaliteiten levert een specifiek bewegings -(of dans-)karakter op.

Een grove indeling van combinaties van drie leidt tot de volgende karakters: gepassioneerd/betovering/visie/actie. Binnen ieder van deze vier stemmingen kunnen acht variaties (acht verschillende combinaties) onderscheiden worden. Van dit voorbeeld is de actie'drive' het bekendst: stoten/zweven/slaan/glijden/tikken/wringen/vegen/duwen. Andere voorbeelden zijn: 'wild'/'aarzelend', (uit passie'drive'); 'doordringend'/'voorzichtig' (uit visie'drive'); 'nauwgezet'/'overvloedig' (uit betovering'drive')

De combinaties van twee Effortkwaliteiten leiden tot de volgende mogelijke karakters: dromerig, alert, afstandelijk, ritmisch, mobiel, stabiel.

Bergman 1991; Laban 1979; North ; Preston-Dunlop 1998.