Dansbegrippen
Danselement ruimte [d-v-b]

Een van de danselementen: het gaat hierbij om het gebruik van de ruimte tijdens het dansen.

Te onderscheiden zijn:

 

- Kwantitatieve aspecten van de persoonlijke (beweeg)ruimte:

Richtingen: gedacht vanuit het eigen lichaam, bijvoorbeeld voorwaarts, zijwaarts,

achterwaarts, diagonaal.

·      Vlakken, bijvoorbeeld het verticale vlak.

·      Kinesfeer, persoonlijke beweegruimte:

·      Grootte, de kinesfeer kan groot, middelgroot of klein zijn.

·      Benadering; de kinesfeer kan begrensd worden, opgevuld worden of doorstoken worden.

·      Ruimtelagen; hoog, midden, laag.

·      Vorm van het lichaam; bijvoorbeeld rond, hoekig, open., vormverandering

 

- Kwantitatieve aspecten van de algemene ruimte:

Patronen: bijvoorbeeld cirkel, zig-zag, lijnen, slinger.

Plaatssituering in de ruimte; bijvoorbeeld de plaats van de danser ten opzichte van de ruimte, ten opzichte van andere dansers.

Opstelling; bijvoorbeeld kring, slinger, rij.

 

- Kwalitatieve  aspecten:

Unifocus/multifocus; direct/indirect.

 

Bergman 1991; Breukelen ; Examenprogramma VMBO; Herziene kerndoelen Basisvorming;   Laban 1975 / 1980.