Dansbegrippen
Applaus [b]

Uiting van bijval van het publiek na of ook tijdens een voorstelling: handgeklap, toejuiching.

Sinds de 17e eeuw d.m.v. handgeklap, vaak versterkt door bravogeroep en fluiten, wat echter ook een teken van afkeuring kan zijn, net zoals het roepen van boe e.d. Het applaus is een onontbeerlijk deel van de voorstelling, omdat het het meeleven, de ontspanning en de waardering van de toeschouwer voelbaar maakt. Het woord applaus komt van het Latijnse applaudare (= in de handen klappen).

Leeuwe.